Cursus paperpiecing
Wat is paperpiecing?
Bij paperpiecing naai je je patroondeeltjes op een ondergrond. Het is een snelle
methode, omdat je het heel goed met de naaimachine kunt doen. Maar als je liever
met een naaiwerkje op de bank zit, kan dat natuurlijk ook: het is ook heel goed met
de hand te doen.
Waarom paperpiecing?
Door de speciale manier van werken kun je heel kleine stukjes stof messcherp
vastzetten. Bovendien gaat je werk minder trekken, omdat je op een ondergrond naait.
Je moet je wel realiseren dat je altijd met rechte lijnen werkt; rondingen maken is wel mogelijk,
maar ik ga daar in deze cursus niet op in.
Duizelt het je? Je snapt er nog niets van?
Geen nood, ik zal in deze cursus
proberen het duidelijk uit te leggen.
Wat heb je nodig?
* Paperpiecingpatroon + een (foto)kopie ervan
* Naaigaren in een kleur dat mooi bij je stof past of een neutrale kleur
* Speciaal paperpiecing-papier (foundation-papier) of vlieseline L11 (te koop in quiltwinkels)
* Naaimachine of als je liever met de hand werkt: een fijn naainaaldje
* Lapjes stof
Voorbereiding
Neem het patroon over op het foundation-papier of de vlieseline.
Neem ook de getallen over die in de patroondelen staan. Let er op dat je de tekening
ook aan de achterzijde van het foundation-papier kunt zien!
Knip nu van het kopie-patroon alle delen los. Dit zijn je "malletjes" om de stof van
te knippen.
Het in elkaar zetten van een blok
Ik zal een en ander aan de hand van onderstaand voorbeeld toelichten.
Stel dat je deze tulp wilt maken.
Je patroon ziet er zó uit. De genummerde (ofwel leesbare) kant wordt de achterkant van je werk.
Neem nu het eerste malletje (A1) en leg het "leesbaar" op de verkeerde kant van de stof.
Knip het ruim uit de stof uit.
Je hoeft niet zoveel rekening te houden met de
draadrichting, omdat je de stof vastnaait op een ondergrond zodat het niet of
nauwelijks kan trekken.
Leg het foundation-papier neer, met de genummerde kant onder. Leg het stukje stof op vakje 1.
De goede kant van de stof ligt boven. Zet het
met een speld vast.
Maak zo ook patroondeeltje 2 (A2), in dit geval van een andere stof.
Leg dit deel op deel 1 met de goede kanten van de stof naar elkaar toe.
Leg dit zó neer, dat, als je het omklapt, het hele vakje 2 wordt bedekt door het stukje stof.
Check dit even, leg het lapje weer terug en speld dan de 2 deeltjes op elkaar.
Draai nu je hele werk om, dus de lapjes naar beneden en de achterkant (=de genummerde kant)
van het foundation-papier naar boven.
Naai nu met kleine stiksteekjes over de patroonlijn tussen deel 1 en deel 2 de lapjes aan elkaar en aan de ondergrond vast.
Draai je werk weer om.
Zo ziet je werk er dan uit
Klap het bovenste lapje terug, maak de naad scherp en zet het deeltje
met een speld vast.
Ga zo verder met de resterende delen. Nieuw patroondeeltje uitmeten, plaats bepalen
en op het vorige spelden. Werk omdraaien, stikken, werk weer omdraaien, lapje omklappen.
Het laatste lapje klap je ook terug en zet je
met een speld vast, totdat de top in elkaar wordt gezet.
Het lijkt ingewikkeld, maar als je het eenmaal door hebt, is het een fantastische
techniek!
De werkwijze is eigenlijk exact hetzelfde als bij de log cabin.
In de patchworkcursus
voor beginners deel 2 heb ik de methode ook uitgebreid beschreven.
Internet-sites over "How to paperpiece"
Misschien vind je bovenstaande uitleg toch niet duidelijk genoeg; kijk dan
eens op onderstaande sites die, weliswaar in het engels, een goede uitleg
geven over de werkwijze van paperpiecing.
The quilters cache
WWQP (World Wide Quilting Page)
Foundation Paper Piecing
Samengestelde blokken
Bij paperpiecingpatronen zie je vaak dat de deeltjes per groep zijn genummerd.
In dat geval maak je eerst de groepjes, die je dan later weer volgens het schema aan elkaar zet.
Als je veel dezelfde blokken moet maken, is het te overwegen om in plaats van
de papieren malletjes, paterno-mallen te maken. Hiermee kun je makkelijk en
snel je stof aftekenen. Maar als je veel verschillende stukjes hebt, is het
simpeler om gebruik te maken van de papieren malletjes.
Werken zonder mallen
Je kunt er ook voor kiezen om zonder mallen te werken. In dat geval leg je je stof
op je patroon om de grootte van het deel te bepalen en knip je de stof uit.
Hierbij moet je wel opletten dat je de stof met de goede kant boven neerlegt, anders
komt je patroondeel in spiegelbeeld!
Voor deze methode kan het handig zijn om een lichtbakje te gebruiken, zodat je de patroonlijnen
enigszins door de stof heen kunt zien. Maar bij donkere stoffen blijft dit lastig.
Daarom raad ik beginners aan om met malletjes werken.
Het maken van de top en de afwerking
Als je blok af is, "pluk" je het foundation-papier voorzichtig weg; dit om problemen bij het
wassen te voorkomen. Het speciale paperpiecing-papier is makkelijk te
verwijderen, maar is in gebruik een stuk duurder. Gebruik je vlieseline L11, dan kun je dit gewoon laten zitten.
Je kunt nu je blok(ken) gaan samenvoegen voor de top.
Voeg daarna de eventuele borders toe.
De rest van de werkwijze is bekend, of kun je nakijken in de cursus quilten voor beginners.
Tulpenquiltje
Patronen
Op internet zijn heel veel paperpiecingpatroontjes te vinden.
Links naar enkele websites met gratis patronen kun je o.a.hier vinden.
Voor de creatievelingen onder jullie heb ik hier nog een link naar een website,
waarop het maken van paperpiecingpatronen wordt uitgelegd:
Design
your own paperpiecing-patterns (PDF)
Design your own paperpiecing-patterns 2 (PDF)
Een echte aanrader is het kwartaaltijdschrift "De Patronenpost", dat geheel in het Nederlands is en iedere keer weer volop
verrassende patronen bevat.
Van dezelfde ontwerpster (Wendy Vosters) zijn ook 2 boeken verschenen, weliswaar in het engels, maar de foto's spreken voor zich:

Ik wens je veel paperpiecing plezier!
Home