Online-cursus Patchwork voor beginners deel 1        

In dit deel komt het maken van mallen aan bod, het aftekenen en knippen van de stof, het naaien van de patroondelen en het afwerken van de top met een rand.

Ik beperk mij hier dus echt tot de basis.

Het maken van bijzondere blokken (logcabin, ronde vormen, sterren etc.) zullen in de volgende delen aan bod komen.
Dit gedeelte van de cursus is bedoeld voor de echte beginner.
Ik wens je veel succes!

Belangrijk: Mochten er onjuistheden of onduidelijkheden in deze cursus staan, meld me dat dan.
Ook aanvullingen zijn altijd welkom! Mail me gerust.




Wat heb je nodig?

Ik ga er in deze beginnerscursus van uit dat alles met de hand wordt gedaan.
Als je later wat handiger bent, kun je natuurlijk gerust machinaal gaan werken.

Om te kunnen beginnen met patchwork heb je niet zo heel veel materialen nodig, maar een aantal zaken zijn echter onontbeerlijk.
Dit zijn echt de basismaterialen; je kunt later, als je het leuk vindt, altijd nog van alles aanschaffen.

Voor de mallen:
*  een gewone schaar, waar je papier, paterno e.d. mee kunt knippen
*  millimeterpapier
*  een liniaal
*  een geodriehoek
*  evt. een passer
*  een HB potlood
*  een prikpen of dikke stopnaald
*  een vel paterno (doorzichtig plastic, te koop in patchworkwinkels)
*  een patroon

Voor het patchwork:
*  een scherpe stofschaar, waar je alleen je stof mee knipt
*  katoenen naaigaren
*  fijne, dunne (quilt)naaldjes, nr. 9 of 10 (te koop in patchworkwinkels)
*  een goed passende vingerhoed
*  knopspelden
*  strijkbout
*  gewassen katoenen lapjes*

* Om later niet voor verrassingen te komen staan, is het verstandig om je lapjes eerst te "wassen". Leg ze een tijdje in warm water (zonder zeep) zodat je kunt controleren of de kleur afgeeft. Is dat het geval, dan kun je ze door een azijnbadje halen om de kleur te fixeren. Helpt dat niet, dan is het beter om die stof niet te gebruiken.


Hoe begin je?

* Het tekenen en maken van de mallen.
De meeste quilts zijn opgebouwd uit blokken. De blokken zijn weer samengesteld uit bijvoorbeeld vierkanten en driehoeken. Omdat je van elk patroondeel vaak meerdere stofdelen nodig hebt, is het handig om van elk verschillend patroondeel een mal te maken. De mallen worden meestal van paterno gemaakt, maar dun karton kan natuurlijk ook!

Om mee te beginnen is een eenvoudig blok aan te raden, zoals bijvoorbeeld het blok hieronder.
Allereerst stel je het formaat van je blok vast, bijvoorbeeld 20 x 20 cm.
Je tekent nu op je millimeterpapier een vierkant van 20 x 20 cm.
Verdeel elke zijde van het vierkant nu in tweeën, door stipjes op de helft te zetten. Vervolgens verbind je de stipjes aan elkaar met een strakke potloodlijn en je blok ziet er uit zoals op onderstaande tekening.
cursusblok 1 Dit wordt je eerste blok
cursusblok 2 Als je goed naar je blok kijkt, zie je dat het bestaat uit 2 vormen: een vierkant (op z'n punt) en een driehoek. Deze driehoek komt 4 maal voor in het blok, maar je hoeft er maar 1 mal van te maken.
Links onderin zie je 2 pijlen staan, dit is om de draadrichting aan te geven, maar hierover vertel ik later meer.
mal 1 We gaan eerst een mal van het vierkant maken. Leg het vel paterno zodanig op je tekening dat het paterno aan alle kanten een halve cm. rond het vierkant uitsteekt.
Dit wordt je naadtoeslag. Teken nu het vierkant over op je paterno.
In het begin is het makkelijker om ook de halve cm. naadtoeslag even af te tekenen; dit gaat het makkelijkst met een geodriehoek. Teken dus rondom het vierkant nog een vierkant, maar dan aan alle kanten een halve cm. groter.
Knip de vorm op de buitenste lijn uit, met je "gewone" schaar.

Belangrijk: Schrijf op de goede kant van de mal nu: "mal 1". Dit is in het geval van een vierkant niet zo belangrijk, maar als je straks blokken gaat maken met veel verschillende vormen die ook onderling nog in spiegelbeeld zijn, is het wél heel handig dat je weet hoe je je mal op de stof moet neerleggen!
mal 2 Doe nu hetzelfde met de driehoek.
Zet ook de pijlen op het paterno, net zoals ze in het blokschema staan, noem de mal "mal 2" en knip de vorm weer op de buitenste lijn uit.
mal 3 Prik nu, met bijvoorbeeld een prikpen of een dikke stopnaald, een gaatje op de hoekpunten van de vorm. Doe dit zo precies mogelijk! Het gaatje moet groot genoeg zijn om een scherpe potloodpunt door te laten.
mal 4 Doe ditzelfde ook weer bij de driehoek.
Je mallen zijn nu klaar!



Hoe ga je verder?

* Het aftekenen en knippen van de stof

Gebruik 2 verschillende stofjes, stof A voor het vierkant en stof B voor de driehoeken.

Knip of snij de zelfkanten van de stof. Zelfkanten zijn altijd wat dikker, waardoor je een ongelijk geheel krijgt. Voorkom dus dat zelfkanten in de naadtoeslag vallen.

Leg stof A met de goede kant naar beneden neer.
Leg de vierkantmal ook met de goede kant naar beneden op de stof. Omdat hier geen pijlen op staan, kun je de mal neerleggen hoe je zelf wilt, maar het handigst is het natuurlijk om de buitenrand gelijk te houden met de draadrichting.
Teken nu met een scherp potlood langs de buitenrand van de mal.
Als het potlood niet zichtbaar is op de stof kun je ook een wit of zilverpotlood gebruiken (te koop in patchworkwinkels).
Zet ook een stipje in de gaatjes. Haal het paterno weg en omdat we beginners zijn, verbinden we de stipjes met een rechte lijn aan elkaar. Dit wordt de naailijn. Knip het patroondeel uit (met je stofschaar).

Leg nu de driehoekmal op stof B (ook weer met de goede kanten naar beneden) en zorg ervoor dat de pijlen overeen komen met de draadrichting van de stof. Dit is nodig omdat je blok anders kan gaan trekken. Hou daarom als vuistregel aan dat de buitenkanten van een blok altijd recht van draad zijn.
Teken ook deze mal af. Vergeet niet de gaatjes af te tekenen!

knipvoorbeeld
Draai nu de mal een halve slag en teken de volgende driehoek af. Je hoeft geen rekening meer te houden met een naadtoeslag; deze zit al in de mal verwerkt, dus kun je de diagonale lijnen tegen elkaar leggen. Op deze manier spaar je (vaak dure!) stof uit.
Teken op deze manier 4 driehoeken af. Verbind de stipjes weer met elkaar en knip ook deze patroondelen uit.




Zo zien je geknipte stukjes stof er uit


* Het aan elkaar naaien van de patroondelen




Leg nu een driehoek op het vierkant, met de goede kanten naar elkaar toe
Prik met een speld precies in het stipje/hoekje van het ene uiteinde (zie ook de tekening) en prik door het andere lapje (ook weer precies in het stipje/hoekje). Controleer aan de achterkant of de speld goed zit! Zet de speld verticaal vast. Doe hetzelfde aan het andere uiteinde. Zet dan ook evt nog spelden in het tussenliggende deel.

speld
Let op: op de tekening staan 2 vierkanten (omdat ik geen andere tekening heb), maar in het voorbeeld van deze cursus is het stukje stof dat bovenop ligt een driehoekje.





Neem nu een (quilt)naald en een draad van ongeveer 60 cm.
Begin rechts (of links als je linkshandig bent), precies op de plaats waar de speld zit en maak 2 à 3 kleine stiksteekjes op elkaar. Naai niet in de naadtoeslag. Ga verder met kleine rijgsteekjes. Na 3 à 4 rijgsteekjes maak je weer even een stiksteekje om de boel goed vast te zetten. Aan het eind, vóór de naadtoeslag, weer 2 à 3 stiksteekjes op elkaar en je eerste deel zit vast. Knip de draad niet af, maar steek naald en draad door naar de achterkant.









Vouw het werk open.
Hier zie je de goede kant van het werk.














Draai het werk een kwart slag en leg de tweede driehoek op het vierkant.
Speld deze driehoek op dezelfde manier op het vierkant als de eerste.
Let erop dat de naadtoeslag vrij blijft.
Je kunt je naald door de naadtoeslag heen prikken om bij je volgende naadje te komen:
(dit is slechts een voorbeeld om te laten zien hoe je door de naad gaat)
Steek nu vanaf de achterkant weer precies in het stipje naar boven en maak weer een aanhechting. Naai door tot het eindstipje en herhaal deze procedure tot alle driehoeken aan het vierkant zijn genaaid.


Je kunt natuurlijk het blok zo groot maken als je zelf wilt!
Op deze foto zijn nog 2 keer 4 driehoekjes aan het blok genaaid.

Een echte quilt maken?

Nu wil je natuurlijk iets met je eerste blok gaan doen. Om het simpel te houden zou je in het volgende blok de kleuren kunnen omwisselen. Met 9 blokken heb je dan al een klein quiltje.
quilt 1 Ziet jouw eerste quilt er zo uit?
In bovenstaand voorbeeld zijn alle blokken tegen elkaar genaaid.

Je kunt er ook voor kiezen om tussen de blokken stroken te maken.
Dit worden sashings genoemd.
quilt 4 Hier zie je een voorbeeld van hoe je quilt er uit zou kunnen zien
als je gebruik maakt van sashings (tussenbanen).
Ik zou zeggen: ga gerust eens hiermee stoeien.
Het is zo leuk om met een simpel patroon de mooiste dingen te maken!
Je kunt dit patroon zelf aanpassen door bijvoorbeeld het vierkant nog weer onder te verdelen in kleinere vierkanten, of de driehoeken nog een keer in tweeën te verdelen. Zo kun je van 1 simpel patroon verschillende variaties maken.
Voor meer voorbeelden van eenvoudige blokken kun je hier klikken.


Blokindelingen

Als je goed naar verschillende blokken kijkt, zul je zien dat je ze kunt delen,
bijvoorbeeld door 4, 5, 7 of 9.
Dit worden respectievelijk fourpatch, fivepatch, sevenpatch en ninepatch blokken genoemd.

Voorbeelden van een fourpatch blok zie je hieronder.
four patch four patch 1 four patch 2


Hieronder zie je voorbeelden van een fivepatch blok:

five patch five patch 2


Dit zijn sevenpatch blokken:

seven patch seven patch 1 seven patch 2


En dit zijn voorbeelden van ninepatch blokken:

nine patch nine patch 1 nine patch 2

Merk op dat de indeling van hierboven niet persé 9 x 9 hoeft te zijn, maar het blok kan bijvoorbeeld ook in 3 x 3 of 6 x 6 delen onderverdeeld zijn. Kijk maar eens goed hoe het in elkaar zit.

Er zijn nog veel meer soorten indelingen, maar dit zijn voor nu de belangrijkste.
Het is ook handig als je weet tot welke indeling je blok behoort, omdat je het dan veel makkelijker kunt natekenen op het door jou gewenste formaat.



Hieronder zal ik nog beschrijven hoe je de blokken aan elkaar zet en hoe je sashings maakt.



Het in elkaar zetten van een quilttop

Quilttop zonder sashings (tussenbanen)
Naai eerst alle blokken van een rij aan elkaar. Speld de blokken aan elkaar, op dezelfde manier als het vastspelden van de patroondelen, en naai ze vast.
Als de rij af is, strijk je de naden naar 1 kant (dus niet openstrijken).

Als je de rijen klaar hebt, ga je deze aan elkaar zetten.
Hierbij moet je er weer voor zorgen dat de naadtoeslagen vrij beweegbaar blijven, dus bij de hoekpunten steek je de naald door de naadtoeslag heen en ga je verder met het volgende deel.
naden Zo ga je "door de naden" heen
Als alle rijen aan elkaar zitten, ga je de naden 1 kant op strijken. Strijk steeds om en om naar boven en beneden. Dus de naden van de bovenste rij strijk je bijvoorbeeld naar boven, de naden van de tweede rij naar beneden etc. De naden niet openstrijken.

Quilttop met sashings (tussenbanen)
Voor de sashings knip of snijd je stroken van de gewenste breedte (bijvoorbeeld 4 cm plus aan elke kant een naadtoeslag van 0,5 cm, dus totaal 5 cm. breed).
De lengte komt exact overeen met de hoogte of breedte van je blok (in ons geval 20 cm. plus daarbij weer de naadtoeslag van 0,5 cm., dus 21 cm.)

Voor de tussenblokjes knip je vierkantjes van dezelfde breedte van de tussenbanen.

Maak ook nu weer eerst rijen. Dus: een (verticale) tussenbaan aan een blok zetten; aan de andere kant van het blok weer een (verticale) tussenbaan, een blok etc.
Strijk de naden naar 1 kant (niet openstrijken).

Hierna maak je de tussenrijen: klein vierkantje aan tussenbaan (in horizontale richting), dan weer een klein vierkantje etc. De naden naar 1 kant strijken.

Zet dan alle rijen in de goede volgorde aan elkaar.
Strijk de naden van de rijen naar 1 kant, afwisselend naar boven en naar beneden.




De border (rand)

Om je quilt moet natuurlijk ook nog een mooie rand komen. Dit wordt in quiltjargon een border genoemd.

Houd bij het bepalen van de border een aantal zaken in de gaten:
1.   moet de border nog iets toevoegen aan de quilt?
2.   de breedte van de border. Deze moet in verhouding zijn met het formaat van de quilt.
3.   wil je een border uit een stuk, of een samengestelde border?
4.   wil je één of meerdere borders?

Bij 1
Het kan zijn dat je je quilt nog wat saai vindt.
In dat geval kan een opvallende border de quilt helemaal "ophalen".

Bij 2
Dit spreekt voor zich natuurlijk, maar veel quiltsters hebben moeite om te bepalen hoe breed hun border zou moeten worden. Als je er niet uitkomt, is het misschien een tip om er eerst een strook omheen te vouwen en het geheel bijvoorbeeld over de rugleuning van een bank te hangen.
Loop er eens een dagje langs en kijk er regelmatig naar. Op die manier krijg je er wat meer kijk op.

Bij 3
Je hoeft geen border uit een stuk te gebruiken, maar kunt ook een border samenstellen van blokken die je onderling aan elkaar hebt gezet.
Het voert te ver om die methode hier te bespreken, maar ik wilde de mogelijkheid wel even noemen.

Bij 4
Je kunt ook meerdere randen om je quilt zetten.

Rechte borders

De rand wordt altijd om de quilt gezet voordat de quilt verder wordt afgewerkt.

Bepaal hoe breed de rand wordt.
Knip 2 stroken van de juiste breedte (bijv. 8 cm) op de lengte van de quilt. Houd rekening met naadtoeslagen!
Knip dan 2 stroken van dezelfde breedte, maar de lengte wordt:
de breedte van de quilt plus 2x de breedte van de rand. Ook hier weer rekening houden met naadtoeslagen!
Zie voor de opbouw van de border de tekening hieronder.
border Hier zie je hoe je de randen om je quilt heen bouwt.
Belangrijk:
de maat voor de bovenste en onderste strook kun je het best bepalen door de quilt
in het midden op te meten.
Als je quilt namelijk uit veel delen bestaat, zijn de maten niet altijd meer overal gelijk. Om de quilt weer mooi strak te krijgen, kun je daarom het best de middelste breedtemaat aanhouden.
Het zou dus kunnen dat je de boven- en of onderrand iets moet inhouden om weer op de goede maat uit te komen.
border 2 Verdeel de zijkant van de quilt en die van de randen in helften en kwarten.
Leg deze punten op elkaar (goede kanten op elkaar) en speld over de naadlijn.
Zet tussen deze punten nog meer spelden en werk de quilttop op de rand in.
Stik dan de rand voorzichtig vast.
border 3 Kijk hoe het eruit ziet en strijk de naad. Knip de overtollige stof weg en zorg dat de hoek recht is.
Doe hetzelfde met de andere kant.
Zet dan de boven- en onderrand aan.
De randen moeten plat liggen als je de quilt op een plat oppervlak legt.
Knip overtollige stof weg.


Randen met verstekhoeken

Voor een rand met een verstekhoek heb je wel wat meer stof nodig. Je moet de stroken wat langer knippen om het verstek eruit te kunnen halen.
Verdeel de zijkant van de quilt en die van de randen op dezelfde manier als bij de rechte borders. Speld vast.
border 4 Naai de rand precies vanaf de naadtoeslag tot aan de andere naadtoeslag. Doe dit met alle randen en zorg dat je niet in een al aangestikte rand naait.
border 5 Vouw nu de uiteinden van de randen om zodat ze langs de quilt liggen, in het verlengde van de reeds gestikte naad. Let op dat de naadtoeslag netjes meegevouwen wordt. Maak een rechte vouwlijn met je nagel.
border 6 Pak nu het uiteinde van de rand en breng hem naar de zijkant van de quilt om de omslag gelijk te leggen aan de vouw die je zojuist hebt gemaakt.
Zo krijg je een hoek van precies 45 graden. Druk de vouw aan, zonder uit te rekken.
Doe ditzelfde met de andere randhoek.
border 7 Vouw de quilt nu schuin over de hoek, goede kanten op elkaar, zodat de 2 verstekvouwen boven op elkaar liggen.
Speld over de vouw heen. Voordat je gaat stikken moet je eerst controleren of ze mooi liggen, zonder plooitjes!
Naai dan de hoek vast en strijk de naad open.
Maak zo alle hoeken.

Nu is je top af!
Het is echter nog steeds geen quilt, dus kijk voor de verdere verwerking van de top tot quilt in de quiltcursus voor beginners.



Gratis patronen

Klik hier voor een aantal beginnerspatronen



Diverse beginnersblokken

Wil je liever eerst nog eens wat oefenen met "patchen" voordat je je aan een heel patroon onderwerpt?
Hieronder zie je een aantal heel eenvoudige beginnersblokken, die je nu zelf heel makkelijk op je eigen gewenste maat kunt natekenen.
voorbeeld 1 voorbeeld 2 voorbeeld 3
voorbeeld 4 voorbeeld 5 voorbeeld 6
     Terug naar de cursus


Websites

Wil je nog meer blokken? Ga dan eens naar deze sites:

Equiltbloks Met patronen en voorbeeldquilts.
Blockparty Ook veel beginnersblokken


Voor meer websites met patchworkblokken verwijs ik je naar mijn links en naar de quiltpagina's.

Veel succes!


  Home